Een vlam uit Zuid-Amerika
Van nature hoort de rode ibis helemaal niet thuis in Europa. Zijn eigenlijke leefgebied ligt duizenden kilometers verderop, aan de kusten en in de moerassen van het noorden van Zuid-Amerika.
In landen als Venezuela, Suriname en Brazilië kleuren de mangroven soms volledig rood wanneer duizenden van deze vogels tegelijkertijd neerstrijken.
De kleur van de ibis is zijn meest iconische kenmerk.
Net als bij flamingo’s is dit diepe scharlakenrood geen genetisch toeval, maar een direct resultaat van hun dieet.
In de vrije natuur eten ze enorme hoeveelheden kleine krabben, garnalen en andere schaaldieren die rijk zijn aan caroteen. Dit pigment wordt opgeslagen in de veren. Het feit dat de ibissen in Zuid-Nederland hun felle kleur vaak behouden, wijst erop dat ze ook in onze wateren voldoende voedsel vinden om hun 'vlam' brandend te houden.
Waarom zitten ze in Zuid-Nederland?
De aanwezigheid van de rode ibis in het wild in Nederland is een fascinerend verhaal.
In tegenstelling tot veel andere zeldzame vogels zijn deze exemplaren meestal geen 'echte' dwaalgasten die door een storm uit koers zijn geblazen.
De meeste rode ibissen die in de regio’s rond Tilburg, Eindhoven of de Limburgse Peel worden gespot, hebben een minder romantische oorsprong: ze zijn ontsnapt uit gevangenschap.
Zuid-Nederland en de nabijgelegen Belgische grensstreek kennen een relatief hoge dichtheid aan vogelparken, dierentuinen en particuliere volièrehouders.
De rode ibis is een populaire vogel in collecties vanwege zijn spectaculaire uiterlijk.
Wanneer een vogel ontsnapt of bewust wordt losgelaten, blijkt de overlevingsdrang van de ibis verbazingwekkend groot te zijn.
Een specifieke populatie die vaak wordt genoemd, is de groep die zich jarenlang ophield rond de omgeving van Alphen (Noord-Brabant).
Deze vogels bleken prima in staat om te overleven in het Nederlandse klimaat, zolang de winters niet extreem streng werden. Ze vonden hun weg naar drassige graslanden en slootkanten, waar ze foerageren op insecten, larven en kleine amfibieën.
Overleven in een vreemd klimaat
Het meest opvallende is hoe goed de rode ibis zich aanpast.
Hoewel ze uit de tropen komen, blijken ze taaier dan gedacht. In Zuid-Nederland vinden ze een landschap dat in zekere zin lijkt op hun natuurlijke habitat: veel water, zompige bodems en een overvloed aan voedsel in de modder.
De grootste uitdaging is de winter. Wanneer de sloten dichtvriezen, wordt het vinden van voedsel onmogelijk.
Toch slagen sommige exemplaren erin om jarenlang buiten te overleven door beschutting te zoeken bij boerderijen of zich aan te sluiten bij groepen inheemse vogels.
Een ecologisch debat
De aanwezigheid van de rode ibis zorgt ook voor discussie onder natuurbeschermers.
Moeten we deze 'exoten' verwelkomen als een kleurrijke verrijking van onze natuur, of vormen ze een bedreiging voor inheemse soorten? Tot nu toe lijkt de schade mee te vallen. Omdat hun aantallen klein zijn, verdringen ze geen lokale vogels.
Toch blijft de officiële status van de rode ibis in Nederland die van een 'niet-gevestigde exoot'.
Voor de fotograaf en de natuurliefhebber blijft het echter een geschenk.
Het zien van een scharlakenrode flits tegen een typisch Nederlandse wolkenlucht is een ervaring die je niet snel vergeet.
Het herinnert ons eraan dat de natuur, soms met een beetje hulp van ontsnappingen, altijd vol verrassingen zit.