Bever



De bever grote en sterken voortanden.
Deze voortanden zijn voorzien van een harde laag oranje glazuur.
Dit zorgt dat de tanden extra sterk zijn. Tevens groeien de voortanden van een bever zijn leven lang door.
Zijn vacht bestaat uit donkerbruine haren die zo dicht op elkaar zitten dat er geen water op de huid komt.

Plat en dik is de staart van een bever. De staart dient om makkelijk te kunnen bewegen in het water.
De bever is een hele goede zwemmer. Mede doordat dat de bever zwemvliezen tussen zijn tenen heeft.
De staart gebruikt hij ook als er alarm geslagen moet worden.
De bever slaat dan hard met zijn staart op het water, wat een klap geeft waaardoor andere bevers gewaarschuwd worden.
In de staart wordt ook vet opgeslagen.

Hij heeft een paar sterke voorppoten. Deze gebruiken ze om te graven en voedsel vast houden.
De lengte van een bever is maximaal 1.30m.
Van deze 1.3 meter is 30 centimeter staart.
Volwassen bevers kunnen tussen de 20 en 30 kilo wegen.

De bever is een echte vegetariƫr.
Hij eet bladeren, bast van bomen en kleine takjes ( vooral wilg en populier zijn favoriet), waterplanten en wortelstokken vind hij ook niet te versmaden.
In de zomer gaan ze over op allerlei kruiden.



De beverfamilie woont in een burcht.
Het maken van een burcht wordt door de gehele beverfamilie gemaakt.
Samen slepen ze met takken, modder ,stokken, en stenen naar de plek en beginnen met bouwen.
Aangezien een bever een nachtdier is, doen ze dit 's nachts, omdat ze overdag slapen.
Een beverburcht kan wel 2 meter hoog worden en 10 meter lang.


In de zomer zijn ze ook wel te vinden in een "Leger" wat ze gebruiken als hun rustplaats.
De legers zijn veel kleiner als een burcht. Het is vaak maar een uitholling op de oever.
De binnenkant is wel bedekt met houtsnippers.
Legers maken ze langs de oever onder struiken, waardoor ze lastig te vinden zijn.