Resolutie 320x**
ALL Rights Reserved @ Jos van den Elshout
Best Fit: 2450x1350
Best Fit: 1800x950
Best Fit: 1400x968
Zilvermeeuw
De volwassen zilvermeeuw heeft een witte kop, staart en onderzijde, grijze vleugels en rug.
Zijn vleugelpunten zijn zwart met witte vlekken.
Een jonge zilvermeeuw is geheel grijsbruin. Pas in de tweede winter krijgt die grijze bovendelen.
De zilvermeeuw lijkt sterk op de geelpootmeeuw en de stormmeeuw en is vooral te onderscheiden door zijn roze poten.
Zit qua grootte tussen kleine en grote mantelmeeuw in. Het uit elkaar houden van eerste winter kleine mantelmeeuwen en zilvermeeuwen vraagt om een blik op de tertials. Bij de zilvermeeuw hebben die duidelijk gekartelde randen.

Begint vanaf eind april aan de broedperiode.
Heeft één broedsel per jaar met 2-3 eieren. Broedduur 25-33 dagen. Vooral het vrouwtje broedt de eieren uit.
Broedt voornamelijk in kustgebieden op de grond . Doordat vossen de nesten regelmatig leegroven, verlegt hij zijn broedgebied deels naar steden waar hij op daken broedt. Na 35 tot 49 dagen kunnen de jongen vliegen.

Is een alleseter. Van zeebanket - vis, schelpdieren - tot aan menselijk etensresten als friet en brood, aas, eieren en kuikens van andere kustvogels. Ook wormen in weilanden.
De zilvermeeuw zoekt eten in groepen, samen met andere meeuwsoorten.
Hij volgt vissersboten, bezoekt vuilnisbelten of haalt een maaltje op bij geploegde akkers.
Is vindingrijk. Breekt schelpen open door ze van grote hoogte te laten vallen.


De Nederlandse zilvermeeuw blijft vooral in Nederland.
Hoewel sommige individuen wel naar het zuiden vliegen. In de winter bezoeken ook zilvermeeuwen uit Noord- en Oost-Europa ons land.



Bron: Vogelbescherming Nederland