Resolutie 320x**
ALL Rights Reserved @ Jos van den Elshout
Best Fit: 2450x1350
Best Fit: 1800x950
Best Fit: 1400x968
Roodkopklauwier
Tot in de jaren vijftig broedde de roodkopklauwier in Nederland, vooral in Midden- en Zuid-Limburg, maar is nu als broedvogel verdwenen. Het broedgebied van deze soort komt steeds zuidelijker te liggen. Doorschoten trekvogels worden vooral in mei nog geregeld in Nederland gezien.

Broedt vanaf eind april tot begin juni.
Eén broedsel per jaar (in Europa), meestal 4-6 eieren, met soms een vervangend legsel. Broedduur 13-16 dagen. Nest door beide ouders gebouwd, een kom van twijgjes, wortels en plantaardig materiaal, bekleed met onder andere haar, wol en mos.
Het nest bevindt zich op een zijtak van fruitbomen, populieren en eiken, vaak op 4-5 meter hoogte, maar tot 20 meter hoogte is mogelijk.
In het Middellandse Zeegebied broeden ze ook heel laag in dicht struikgewas. Het vrouwtje broedt de eieren uit. Nestjongenperiode 15-18 dagen. Door beide ouders gevoerd. Jongen met 3-4 weken zelfstandig.
In familieverband trekken ze nog samen op tot 6 weken na uitvliegen.

Leeft over het algemeen in half-open gebieden met doornige struiken en losse bomen, zoals open bos, oude boomgaarden, olijfboomgaarden, tuinen en parken of hagen met grote doornige struiken. Meer naar het zuidoosten leven ze tot aan de rand van steppe en woestijn; in Griekenland ook in pijnboombossen. In het noordelijk deel van het verspreidingsgebied een vogel van het kleinschalig cultuurlandschap.

Eten voornamelijk grote insecten zoals kevers, krekels, sprinkhanen, spinnen en rupsen. Maar ook wel kleine hagedissen, zoogdieren of vogels.


Trekt in een breed front vanaf half augustus - begin september in zuid-/zuidwestelijke richting naar gebieden beneden de Sahara om te overwinteren.
Maar de vogels blijven ten noorden van de evenaar. De volwassen vogels trekken eerder weg.
Vanaf februari tot mei gaat het in de omgekeerde richting.



Bron: Vogelbescherming Nederland