Resolutie 320x**
ALL Rights Reserved @ Jos van den Elshout
Best Fit: 2450x1350
Best Fit: 1800x950
Best Fit: 1400x968
Oeverloper
De naam oeverloper had niet beter gekozen kunnen worden.
Overal waar min of meer kale oevers zijn aan zoet water kan hij tijdens de trek worden waargenomen, maar nooit in grote groepen.
Als broedvogel is hij zeldzaam. Het geluid is kenmerkend: zeer hoog en schril "die-die-die"...Het heen en weer wippen van het achterlijf en de kop is opvallend gedrag van de oeverloper.

Territoriaal en monogaam. Kan in geschikte gebieden 60-70 m van elkaar nestelen. Broedt op de grond. Nest een goed verborgen en beschut kuiltje, soms tussen struiken.
Legtijd. Eén broedsel, meestal vier eieren. Broedtijd 21-22 dagen, beide geslachten broeden. Jongen zijn nestvlieders; vliegvlug na 22-28 dagen.

Aan schaars begroeide oevers van zoet, ook wel brak water.
Aan meren en plassen, langs rivieren, beken, kanalen en sloten. Broedt vooral op zandige oevers met kale plekken en wat beschutting, langs rivieren en kanalen.

Vooral insecten en hun larven (kevers, vliegen, muggen), spinnen, slakjes, kleine kreeftachtigen, wormen en soms kikkertjes, padjes, kikkervisjes en kleine visjes, ook wel plantaardig materiaal.
Wordt op zicht gezocht, waarbij de oeverloper soms sluipt. Wast ook soms voedsel. Foerageert bijna altijd alleen, verdedigt voedselterritorium.

Lange afstandstrekker naar Afrika, vooral ten zuiden van de Sahara. Minder in Middellandse Zeegebied. Trekt over breed front over Europa en is op trek en in het overwinteringsgebied in Afrika overal te vinden waar zoet water is.
Trekt weg van juli-september, trekt terug in april en mei. Nachttrekker, alleen of in kleine groepjes.


Bron: Vogelbescherming Nederland