Resolutie 320x**
ALL Rights Reserved @ Jos van den Elshout
Best Fit: 2450x1350
Best Fit: 1800x950
Best Fit: 1400x968
Kraanvogel
Voor het grootste deel blauwgrijs maar rug in broedtijd meestal roestbruin.
De verlengde en volumineuze tertials geven kraanvogels bijna een struisvogelachtige 'staart'.
De kop en hals zijn opvallend getekend met een zwarte voorhals en kin en een witte achterhals en achterhoofd.
De naakte huid bovenop de kop is rood van kleur. Onvolwassen vogels hebben een bruinige kop zonder opvallende tekening. Vliegt met gestrekte hals en kent een balts waarbij de vogels 'dansen' en sprongen maken.

Trekkende vogels kunnen overal worden gezien, maar in Nederland vooral in het oosten en zuiden. Hun broedgebied bestaat uit uitgestrekte moerasbossen en hoogvenen. Buiten het broedseizoen voornamelijk in open gebieden te vinden, zoals akkers en weilanden, ook in hoogvenen.

Een omnivoor. Voornamelijk plantaardig materiaal (oogstresten, eikels), maar soms ook, vooral in het broedseizoen insecten (vliegen, kevers, rupsen bijv.) of kleine zoogdieren.
Foerageert door rustig te lopen en om zich heen te kijken en te pikken.

De in Nederland doortrekkende kraanvogels broeden in Scandinavië en overwinteren in Zuid-Europa en noordelijk Afrika. Eind februari, begin maart is dé tijd voor de voorjaarstrek.
Tienduizenden kraanvogels die overwinterd hebben in Spanje en Frankrijk trekken naar het noordoosten, richting de broedgebieden in Noord-Europa. Kraanvogels hebben tamelijke vaste verblijfplaatsen en dito trekroutes, zowel in het voor- als najaar.
Ze trekken in lange slierten, V’s of in rommelige groepen. Regelmatig maken ze ook gebruik van thermiek. Ze roepen veel, vooral bij landen en opstijgen. De piek in de najaarstrek ligt meestal eind oktober, maar loopt door tot december.


Bron: Vogelbescherming Nederland