Resolutie 320x**
ALL Rights Reserved @ Jos van den Elshout
Best Fit: 2450x1350
Best Fit: 1800x950
Best Fit: 1400x968
Eekhoorn
De eekhoorn (ook wel gewone of rode eekhoorn genoemd) is net als bevers, hamsters en muizen een knaagdier.
De Latijnse naam van de eekhoorn betekent ‘gewone schaduwstaart’. Dat is vanwege zijn karakteristieke zithouding, met de staart over de rug.

De eekhoorn is een echte boombewoner die als een acrobaat door de bomen rent en springt. Maar ook op de bosbodem is hij goed thuis.
Eekhoorns vallen op door hun grote pluimstaart, gepluimde oren, grote ogen en lange tenen met lange, scherpe nagels. De oorpluimen zijn in de winter veel langer dan in de zomer bij volwassen dieren. De vachtkleur van rug en staart varieert van rood(oranje) tot kanstanje- of donkerbruin.
De buik heeft echter een witte vacht die duidelijk afsteekt tegen de rugvacht. De wintervacht is donkerder en grijzer dan de zomervacht. De staart wordt recht gehouden bij het rennen en dient als evenwicht bij het klimmen en springen. Staart en oren hebben ook een signaalfunctie naar soortgenoten toe.
De voorpoten zijn veel korter dan de achterpoten.

Afmetingen
kop-romplengte: 21 - 25 cm
staartlengte: 14 - 22 cm
gewicht: 230 - 415 gr
Mannetjes en vrouwtjes zijn even groot.

De eekhoorn maakt per situatie weer een ander geluid. Bij opwinding klinkt een scherp ‘tjuk-stuk-tjuk’, bij alarm ‘chroe-roe-roe’ en ter begroeting van een bekende soortgenoot ‘moek-moek-moek’. Maar ook fluitende tonen (jongen), kakelen, grommen en jammeren zijn te horen.

Het verspreidingsgebied van de eekhoorn strekt zich uit over heel Europa en Noord-Azië. Ze leven tot op een hoogte van 2000 meter.
De eekhoorn komt in grote delen van Nederland voor, vooral in Drenthe, Overijssel, Utrecht, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg. Ook in de duinen van Noord- en Zuid-Holland komen eekhoorns voor.
Tussen 1960 en 1970 brak een virusziekte uit waardoor de eekhoorn in het hele land zeldzaam werd. Na 1970 heeft herstel plaatsgevonden.

Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. Mits er voldoende voedsel beschikbaar is, komen ze ook in bebouwd gebied.
Hun voorkeur gaat uit naar ouder bos (naaldbomen ouder dan 20 jaar en loofbomen ouder dan 40-80 jaar) omdat daar meer voedsel en nestgelegenheid is.


Bron: zoogdierenvereniging