Logo Elshout-Natuurfotografie

Vogels

Lepelaar



De lepelaar verblijft het liefst in natte gebieden, vaak op de grens tussen zout en zoet water.
De lepelaar vind zijn voedsel, lopend in ondiep water, waar ze hun kop ritmisch heen en weer bewegen. Zo hopen ze, op de tast allerlei voedsel uit het water te filteren.
Hun nest bouwen ze vaak op de grond in rietvelden of op kwelders maar steeds vaker ook in struiken en bomen.

Ze eten in het voorjaar vooral zoetwaterprooien (stekelbaars en amfibieën, libellenlarven en andere ongewervelden).
Foerageren doen ze dan wooral in ondiepe poldersloten, moerassen en oeversloten.
Om aan eten te komen vliegt de lepelaar soms tot wel 35 a 40 km van het nest.

Via de Frankrijk en Spanje trekken de lepelaars vanaf september/oktober naar de winterverblijven in West-Afrika kust en het gebied ten zuiden van de Sahara.
Stapsgewijs trekken de lepelaars naar het zuiden, van moeras naar moeras en leggen per keer steeds ‘slechts’ een paar honderd kilometer af.
De meeste lepelaars uit Nederland overwinteren in de Banc d'Arguin samen met 2,5 miljoen steltlopers.
Vanaf februari/maart keren ze terug in Nederland.

Rond 1970 waren er minder dan 200 broedpaar in ons land, nu, 40 jaar later zijn dat er ruim 2.500.