Woudrichem is ontstaan in de negende eeuw. Op een oeverwal, waar zich nu de Hoogstraat en de Molenstraat bevinden, ontstond een marktplaats.
Rond het jaar 1000 verschenen, merendeels ten noorden van de Alm, een aantal nederzettingen die op Woudrichem waren gericht. De Maas stroomde aanvankelijk niet langs Woudrichem. De hoofdstroom van deze rivier stroomde eerst ongeveer door de bedding van de huidige Bergsche Maas, later was de Alm de hoofdstroom, en nog later de huidige Afgedamde Maas, tot in 1904 de Bergsche Maas werd gegraven.

Woudrichem lag strategisch aan de samenvloeiing van Maas en Waal in de invloedssfeer van zowel het Hertogdom Brabant, Gelre en het Graafschap Holland.
In 1322 werd het Land van Altena bij het Graafschap Holland gevoegd om pas in 1815 bij de nieuw gevormde provincie Noord-Brabant te worden ingedeeld.

Door de strategische ligging werd Woudrichem regelmatig belegerd. Zo werd de stad in 1405 door de Arkelsen overvallen en door de Geldersen in 1511. In 1572 koos Woudrichem de zijde van Willem van Oranje.
In 1573 vonden de Geuzen dat de stad onverdedigbaar was en staken deze in brand.
Van 1583 - 1588 werd de stad met een vestinggordel omgeven, die echter een kleiner oppervlak omsloot dan de voormalige stadsmuur. De vesting werd ontworpen door Adriaen Antonisz. van Alkmaar. Met hulp van omliggende steden vond wederopbouw van het stadje plaats.
Niettemin bleef de economische situatie slecht en in 1700 kreeg Woudrichem daarom vrijstelling van belastingen.


In 2006 vierde Woudrichem 650 jaar stadsrechten. In de vesting werden onder meer in een weekend in augustus door bewoners die verkleed gingen allerlei taferelen uit de afgelopen eeuwen uitgevoerd.


Bron: Wikipedia
Woudrichem