De vos komt in vele leefgebieden voor, zowel in bos en parken, heide en vennen, duinen, polders en landbouwgebieden maar ook aan de randen van of in dorpen en steden. Hij leeft waar voldoende voedsel en dekking is en jaagt bij voorkeur in het overgangsgebied van biotopen omdat daar het meeste voedselaanbod is.

De vos is een schemer- en nachtdier en leeft in familiegroepen bij elkaar. Holen worden meestal alleen door de wijfjesvossen gebruikt om in te slapen, in winter en voorjaar, als ze drachtig zijn of kleine jongen hebben.
In de overige jaargetijden slapen ze meestal, net als de meeste mannetjes het gehele jaar door doen, op een beschut plekje bovengronds, onder een dichte struik bijvoorbeeld.

Vossen zijn opportunisten: ze leven van wat zich ter plaatse het gemakkelijkst laat verschalken.
Kleine knaagdieren (vooral woelmuisen) en haasachtigen (haas, konijn) vormen het hoofdmenu.
Maar ook vogels, insecten, eieren, bessen, afgevallen fruit, aas en afval wordt gegeten. Per dag heeft een vos ongeveer vijfhonderd gram voedsel nodig.
De wijze waarop een prooi wordt gevangen is heel divers. Kleine prooidieren worden op het gehoor gevangen.

Soms besluipt de vos een prooi, soms zit hij de prooi achterna in een sprint. Vogelnesten worden leeggehaald, holen in de grond uitgegraven en fruit en bessen geplukt. Een ei houdt hij met de voorpoten vast, doorboort het met een hoektand en slobbert dan de inhoud op.
Vossen eten ook egels en zijn meester in het doen ontrollen van de egel waarna hij deze doodbijt.
Soms bijt hij de kop van een konijn en laat die liggen.

Soms vangen ze prooien die ze niet lekker vinden, zoals spitsmuizen of een wezel.
Als ze niet heel veel honger hebben, laten ze die liggen. De vos bewaart soms voedsel achter loszittende boomschors of in een kuiltje, dat wordt toegedekt met aarde.
Zelfs maanden later weet de vos door een combinatie van geur en herinnering de verstopte prooi terug te vinden.


Bron: zoogdiervereniging.
Vos