Tapuiten zijn op de grond levende vogels van duinen en heidevelden, in het buitenland ook van droge graslanden, hoogvenen, rotsige hellingen en toendra's.
Tapuiten broeden in holen, vaak een konijnenhol.
Het uit insecten en ander klein gedierte bestaande voedsel wordt liefst op schaars begroeide, insectenrijke plaatsen verzameld.
Tapuiten zijn trekvogels en overwinteren op de Afrikaanse savannen.

Trekt over een breed front van de Europese broedgebieden naar Afrika. Tapuiten uit Alaska trekken over Aziƫ naar Afrika; vogels uit Oost-Canada, Groenland en IJsland trekken over de Atlantische Oceaan en de Britse eilanden naar Afrika.
Het is de verst trekkende zangvogel voor zover bekend.
In Nederland trekken veel Scandinavische en Groenlandse vogels door van april tot diep in mei, in het najaar vooral augustus/september tot in oktober.
Ze trekken vooral 's nachts, waarbij ze 300 kilometer per etappe afleggen.


Het gaat niet goed met de tapuit in Nederland.

Als broedvogel is de tapuit in het laatste kwart van de vorige eeuw sterk afgenomen, Noord-Brabant, Limburg en grote delen van het kustgebied zijn geheel verlaten.
De aantallen kelderden van ruim 2000 paartjes rond 1975 naar 260-290 in 2012.

In Europa is het een van de snelst afnemende soorten.



Bron: Vogelbescherming
Tapuit