Steenuil
De Steenuil is de kleinste onder onze uilen.
Hij is herkenbaar aan de geringe grootte (22 cm) en de plompe gestalte. De helder citroengele ogen met de donkere pupil en de afgeplatte kop geven hem een fel en streng uiterlijk.
Het verenkleed is van boven bruin met op de kop enkele witte vlekken.
De onderzijde is licht gekleurd met donkere vlekken. De staart is bruin en heeft een aantal witte dwarsbanden.
De vleugelspanwijdte bedraagt 55-60 cm.
Het gewicht van het mannetje is gemiddeld 180 gram en van het wijfje 200 gram.

De Steenuil is veel minder nachtvogel dan andere uilen.
Overdag zit hij vaak te zonnen en tegen de avond, wanneer het nog licht is, gaat hij al op jacht.
Wanneer de uil opgewonden raakt, laat hij een blaffend "kjè - kjè - kjè - kjè " horen.

Zijn vlucht is golvend als dat van een specht.
Verder vallen zijn korte staart en ronde vleugels op. Zit veel op palen en daken en wipt en buigt bij onraad. Ook overdag kan men hem gewoon zien zitten.
Niet zelden met een groep verontruste luid kwetterende zangvogeltjes om hem heen die hem snel vervelen en doen zoeken maar een andere rustplaats.
Verkeert het liefst in de omgeving van knotwilgen waarin hij ook broedt. Maar ook in gaten van gebouwen nestelt hij wel. Opvallend is dat de nestholte altijd twee uitgangen heeft.

Roept zowel overdag als 's nachts een mauwend (wordt ook wel 'katuil'genoemd) 'kiew' 'kiew' wat zich met enige fantasie laat vertalen als 'kom mee', 'kom mee'.
Vroeger ontleende men hieraan het bijgeloof dat de steenuil de verkondiger van de dood aan de zieken was.


Bron: waarneming.nl