Koolmees
Koolmezen broeden in Nederland in bosrijke gebieden in de hoogste dichtheden, maar is ook aanwezig in kleine bosjes, parken en tuinen zo lang er nestgelegenheid en voedsel voorhanden is.
Maakt veel gebruik van boomholtes, maar broedt ook in schuurtjes en vaak in nestkasten.
Komt overal in Nederland voor, behalve in grote open gebieden zonder bomen en struikgewas.

De koolmees is hoewel beweeglijk niet reislustig. Het is een 'standvogel', die alleen maar wegtrekt in zeer strenge winters.
In de winter verblijven ze vaak in groepen samen met andere mezensoorten.


’s Winters eten de koolmezen veel zaden, zoals beukennoten. In het voorjaar en de zomer is het voedsel eiwitrijker en eten ze wat meer rupsen en andere insecten.
Jonge koolmezen eten voornamelijk rupsen en als de gezinsplanning klopt, valt de geboorte samen met de 'rupsenpiek'.

Koolmezen zijn zelf vaak het voedsel van sperwers.
In hun braakballen zijn nog vaak de ringen terug te vinden van geringde koolmezen.
In een braakbal op Vlieland werden eens zeven ringen aangetroffen!


Bron: vogelbescherming