Havik
De havik is een krachtige roofvogel, gespecialiseerd in het overrompelen van vogels. Het zijn honkvaste vogels.
Ze maken een groot nest van takken hoog in een boom. De home range, te omschrijven als het gebied waarin voedsel wordt gezocht, is honderden hectaren groot.
De havik was in de jaren zestig nog beperkt tot grote, stille bosgebieden als de Veluwe, maar komt nu in heel Nederland voor, tot in steden aan toe.

Als een hele grote sperwer, maar met een ver uitstekende kop, zware borst, afgeronde en kortere staart en relatief langere en puntiger vleugels. Donkergrijs van boven, licht van onder. Opvallende wenkbrauwstreep. Bandering alleen van dichtbij te zien.
Stevige, gele poten.
Jonge vogels bruin van boven en gestreept van onderen, in tegenstelling tot jonge sperwer. Vaak in actieve vlucht, in voorjaar ook wel cirkelend op thermiek. Vrouw groter dan man.

Combinatie van bos met geschikte nestbomen met open land om te jagen. Broedt in naald- en loofbossen, ook in moerasbos, soms in parken.
Jaagt in het bos, maar ook in tussenliggende weilanden en akkers, in aangrenzende open gebieden (heide en hoogveen, moerassen, boerenland) en steeds vaker ook in de stad.
Belangrijk is de aanwezigheid van geschikte prooien. In de winter ook in nog opener terrein te vinden, zoals kwelders.

Voedsel:
Zeer divers en sterk afhankelijk van het landschap en het aanbod.
Vooral middelgrote vogels van ongeveer duifgrootte, maar ook kleine (spreeuw) of veel grotere, tot en met formaat van een kleine gans.
Daarnaast zoogdieren als konijn en eekhoorn. Jaagt vooral vanuit een lage of middelhoge vlucht, waarbij alle geschikte plekken in het territorium worden afgezocht.
Soms vanuit een hoge, cirkelende vlucht gevolg door een lange stootduik. Vrouw bejaagt grotere prooien dan man.

Standvogel, in het noorden van het verspreidingsgebied meer trekvogel. Daar kunnen haviken een paar honderd kilometer zuidelijker trekken.


Bron: Vogelbescherming
Havik - Os
Havik - Os