Het edelhert is een soort uit de familie der hertachtigen.
Het edelhert komt voor in West-Europa, in Centraal-Europa, in Groot-Brittannië, op het Iberisch Schiereiland en in het zuiden van Scandinavië.
In Europa is het edelhert, op de eland na, het grootste hert.

Het edelhert komt in Nederland voor op de Veluwe, in de Oostvaardersplassen, in het Weerterbos en sinds 6 maart 2017 in het Groene Woud tussen Tilburg, Eindhoven en ’s-Hertogenbosch.
In het wild levende edelherten zijn in België relatief zeldzaam. In Vlaanderen komen ze voor in de regio Voeren, op het Kempens Plateau en in het Belgisch-Nederlandse grenspark Kempen-Broek.
In Wallonië is hun verspreiding beperkt tot het zuidelijke en westelijke deel van de Ardennen.

Enkel het mannetje draagt een gewei dat gemiddeld zo'n 70 centimeter lang is, maar kan uitgroeien tot meer dan 90 centimeter. Het gewicht kan variëren van vier tot tien kilogram.
Aan het gewei kan men enigszins de leeftijd aflezen. Een jong edelhert heeft gewoonlijk een kleiner gewei met weinig vertakkingen, maar een hert in zijn laatste levensfase zal ook weer een kleiner gewei met minder takken krijgen. Een gezond dier heeft een forser en zwaarder gewei, maar niet per se meer enden dan een ziekelijk dier.
Er is een duidelijk verband tussen de kwaliteit van het leefgebied en de grootte van de hertengeweien.
In de zeventiende eeuw waren de geweien fors, en vanaf de Renaissance zijn in Duitsland geweien met 24 en meer enden geconserveerd; één daarvan weegt bijna 20 kilogram.
Er bestaat zelfs een 66-ender, maar dit is een curiosum, waarmee iets mis is. Vanaf de 17e eeuw eisten bevolkingsdruk, jacht en aanplant van naaldbomen hun tol.
Na eeuwenlange verschraling kregen de Veluwse edelherten na de Tweede Wereldoorlog weer forsere geweien.
Door aanleg van loofbos en wildakkers en het bevorderen van ondergroei verbeterden toen hun leefomstandigheden weer.

Het gewei wordt elk jaar afgeworpen onder invloed van geslachtshormonen. Oudere herten doen dat gedurende de laatste wintermaanden, jonge dieren meestal in maart of april.
Daarna begint meteen het nieuwe gewei te groeien dat gemiddeld in juli volgroeid is. In augustus begint de basthuid te jeuken en verwijderen de mannetjes die door het gewei langs takken en boomstammen te schuren.
In de nazomer ziet de wandelaar dan ook vaak lappen huid aan de takken hangen.

Mannetjes zijn na één tot drie jaar geslachtsrijp, vrouwtjes na één tot twee jaar, voor beiden afhankelijk van de kwaliteit van het leefgebied.
Jonge bokken zullen vaak hun geboortegebied verlaten zodra ze zelfstandig zijn, maar hinden blijven meestal trouw aan hun geboorteplek; de woon-gebieden van hinden overlappen meestal met dat van hun moeder.
Als edelherten ongeveer zeven jaar oud zijn, zijn ze volgroeid.

Edelherten kunnen maximaal vijfentwintig jaar oud worden, maar slechts weinig dieren zullen ouder worden dan vijftien jaar.
Het sterftecijfer is het grootst onder kalfjes van acht tot elf maanden.


Bron: Wikipedia
Edelhert