Buizerd
Paren hebben meerdere nesten in een territorium en switchen van jaar op jaar. Broedt liefst in kruinen hoge bomen, soms lager in struiken, heel zelden zelfs op de grond.
Bouwt nest van takken en twijgen dat vaker wordt gebruikt, lapt ook oude nesten van andere roofvogels op.
Broedtijd vooral april-mei. Eén legsel, meestal 2-4 eieren. Broedduur 33-38 dagen, begint na leg eerste ei.
Jongen vliegen uit na 50-60 dagen, maar worden nog 6-8 weken gevoerd.

Opportunistisch in voedselkeuze. Vooral kleine zoogdieren, zoals woelmuizen (in Nederland veel veldmuis, rosse woelmuis) en jonge konijnen.
Ook regenwormen, kevers, amfibieën, jonge vogels en aas. Over het algemeen geen snelle jager, maar kan soms vogels en volwassen konijnen pakken.
Jaagt vooral vanaf zitplaats laag boven de grond. Bidt ook, vooral in de zomer in open gebieden.


De noordelijkste broedgebieden in Europa (Noord-Scandinavië, Finland en Noord-Rusland) worden in september-oktober geheel verlaten.
Veel Noorse en Zweedse buizerds trekken via Zuid-Zweden naar het zuiden en zuidwesten van Europa, ook naar Nederland.
Onze broedvogels overwinteren grotendeels in eigen land.
Populatie wordt aangevuld met Scandinavische vogels. Vooral in maart en april trekken deze weer terug.



Bron: Vogelbescherming
Buizerd - Biesbosch
Buizerd - Biesbosch